Zondag 28 juni 2015 waren de kinderen van de nevendienst weer allemaal bij elkaar voor een speciale dienst in de Schoorse kerk.
In deze feestelijke 'overstapdienst' hebben Angela Jansen en Bryan Leendertse afscheid genomen van de Kindernevendienst.

Oudpredikante ds. Mieke v.d. Vlugt was deze morgen de voorganger. Ze vertelde dat de afscheidsdienst in het teken staat van de doopdiensten van Angela en Bryan. 'Wie ben jij' was het thema van de doopdienst van Bryan en 'Wat kies jij' was het thema bij Angela, zoals te zien is op de liturgie.
Verder staan er twee verstrengelde handen op afgebeeld, deze zijn van Angela en Bryan voor de muur van de Tuin der Verzoening.

Op de foto hiernaast heet Rinus Joosse de aanwezigen welkom.

 
         
Hiernaast ziet u op de foto Henk Meerman en Bryan Leendertse de 10 woorden (geboden) lezen met als slotconclusie:
Heb God lief en de naaste als jezelf.

 

 

 

Op de foto hieronder deelt Rinus de tassen uit aan Angela en Bryan waarin o.a. de bijbel en een bandenplakdoosje om onderweg naar de nieuwe school een lekke band te kunnen plakken en om evt. voor anderen een Barmhartige Samaritaan te kunnen zijn.
 

 
         
         

              
Foto hierboven:
Nieuwsgierig geworden naar de kadootjes gingen de tassen snel open.
  Hieronder kunt u het bijbelverhaal, dat uitgespeeld werd door de kinderen van de nevendienst, nog eens nalezen. De beelden werden door Bryan via de beamer geprojecteerd op een scherm.

 


Met het volgende verhaal wilde Jezus duidelijk maken wat God van je vraagt, als je echt bij Hem wilt horen.
Hij wil, dat je altijd klaar staat om anderen te helpen.
Bij de mensen, die naar Jezus kwamen luisteren waren vaak ook hele slimme mannen die de wetten van God heel goed kenden. Zij waren soms jaloers op Jezus, omdat zoveel mensen hem wilden volgen. Zij bedachten dan een hele moeilijke vraag en hoopten dan dat Jezus het antwoord niet zou weten. Op een keer vaagt iemand aan Jezus: wat moet ik doen om later voor altijd bij God in de hemel te zijn? Wat denkt u zelf? antwoordt Jezus hem. Ik denk dit, zegt de man: je moet de Heer je God liefhebben met alles wat je hebt en je moet je naaste liefhebben als je zelf. Heel goed, zegt Jezus. Maar wie is dan mijn naaste? vraagt de man door. Dan vertelt Jezus een verhaal. Vlug kwamen alle mensen om Jezus heen staan. Ze waren nieuwsgierig naar het verhaal dat Hij deze keer zou vertellen.

 
 
 

Een man is op reis langs de gevaarlijke weg van Jeruzalem naar Jericho.
     

Plotseling springen er rovers uit de struiken aan de kant van de weg.

 
     

Ze slaan hem neer en pakken alles van hem af en laten hem halfdood achter. Daarna gaan ze er vlug vandoor.
Het was een stille weg, er kwamen niet veel mensen langs.

 

Toevallig komt daar een priester langs, een dienaar van God. Hij schrok toen hij de gewonde man zag liggen. Hij dacht: straks komen de rovers terug en vallen ook mij aan. Dus liep hij gauw aan de overkant voorbij.

 
     
     

De volgende man die voorbijkwam was een Leviet. Dat was iemand, die de priesters helpt met hun werk in de tempel. Hij keek naar de gewonde man.
Hij dacht: misschien is hij wel dood. Dus liep hij met een grote boog om hem heen en liep vlug verder. De mensen die naar Jezus luisterden,  knikten. Ze wisten dat iemand die een dode had aangeraakt Gods tempel niet mocht binnengaan.

 
     

Toen kwam er iemand langs de weg, het was een vijand, een Samaritaan die op reis was.
De mensen keken elkaar even verschrikt aan.
Joden en Samaritanen hadden een hekel aan elkaar.
Wat zou er met die arme man gebeuren? Jezus vertelde verder.
Toen de Samaritaan de man zag liggen, kreeg hij medelijden met hem.

 
     

Hij stapte van zijn ezel af en pakte zijn waterkruik.
Uit zijn tas haalde hij een paar zachte doeken.
Hij knielde bij de gewonde man neer.

Heel voorzichtig maakte hij zijn wonden schoon en deed er zalf op.
En deed er een verbandje omheen en gaf hem een beetje water.

 
     

Toen hij hem had verbonden, tilde hij de man op en zette hem op zijn ezel. Zo bracht hij hem naar de herberg. De Samaritaan kende de man van de herberg goed.
Op zijn reizen overnachtte hij daar vaak. Hij droeg de man naar binnen en legde hem op een bed.

 
     

De volgende dag reisde de Samaritaan weer verder. Maar eerst gaf hij geld aan de herbergier en zei: wilt u heel goed voor die arme man zorgen. Geef hem genoeg te eten en te drinken en laat hem bij u blijven, totdat hij helemaal beter is.
Als u nog geld tekort komt, zal ik u als ik van mijn reis terug kom, de rest betalen.

 
     

Jezus keerde zich om en keek de man aan: Wie van de mannen die langs de weg kwamen, was de naaste van de gewonde man?
De Samaritaan natuurlijk, antwoordt hij. Heel goed, zegt Jezus. Doe voortaan net zoals hij. Die Samaritaan zag dat er iemand in nood was en hij hielp hem. En dat is nu precies wat iemand moet doen, die het eeuwige leven wil hebben en bij Gods Koninkrijk wil horen.

 
     

Deze pagina is het laatst gewijzigd op 28 juni 2015